Verhogen van de pensioenrichtleeftijd

Geplaatst op 26 september 2017

Het CBS heeft doorgerekend dat de gemiddelde levensverwachting blijft stijgen. Het gevolg hiervan is, dat de pensioenrichtleeftijd vanaf 1 januari 2018 verhoogd wordt van 67 naar 68 jaar. Pensioenverzekeraars en pensioenfondsen gaar er vanaf 2018 in principe dan ook vanuit dat het pensioen wordt opgebouwd tot 68 jaar.

Om het overzichtelijker te maken, de pensioenrichtleeftijd is overigens een andere leeftijd dan de AOW-leeftijd. Deze gaat in 2018 naar 66 jaar en in 2021 naar 67 jaar. Vanaf 2022 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

Deze wijziging van de pensioenrichtleeftijd kan invloed hebben op de pensioenregeling die de werkgever met de werknemer is overeengekomen. De verhoging van de pensioenrichtleeftijd betekent namelijk een verdere versobering van de pensioenopbouw. Waarom? Omdat het pensioen een jaar later in gaat. Voor de toekomstige opbouw zal zodoende een lager opbouwpercentage moeten gelden om binnen de fiscale regels te blijven. Voor beschikbare premieregelingen geldt dat de ingelegde premies langer kunnen renderen, zodat de maximale opbouw, de premiestaffels kunnen worden aangepast.

Of de pensioenregeling moet worden aangepast is afhankelijk van de regeling die is overeengekomen. Is de huidige pensioenregeling fiscaal maximaal dan zal de pensioenleeftijd verhoogd moeten worden naar leeftijd 68. Blijft deze op 67 jaar, dan zal de opbouw verlaagd moeten worden  om binnen de fiscale grenzen te blijven.

Aanpassing aan de pensioenregeling gaat niet zonder slag of stoot. Aanpassing heeft de instemming nodig van de werknemers en/of de ondernemingsraad. Ook zal overleg moeten plaatsvinden met de pensioenuitvoerder. Tot slot zal een keuze moeten worden gemaakt of het opgebouwde pensioen geadministreerd wordt op 67 jaar of wordt omgerekend naar 68 jaar.

Van der Veen en Kromhout

Voor ondernemers die eruit halen wat erin zit.