Onbelast op de elektrische fiets van de zaak

Geplaatst op 25 oktober 2018

Het voorstel in het Belastingplan 2019 is om vanaf 1 januari 2020 de waarde van het privévoordeel van de fiets van de zaak vast te stellen op basis van een bijtelling van 7%. Niet veel, maar kan het ook anders?

Stel, de werknemer krijgt een speed pedelec ter waarde van € 3.500 ter beschikking. Dit is een snelle elektrische fiets die 45 km/h kan. De jaarlijkse bijtelling bedraagt € 245. Bij een gemiddeld tarief van ruim 40% kost de fiets de werknemer ruim € 8,50 per maand. Niet veel voor zo’n mooie fiets, maar het kan nog anders.

Een alternatief is namelijk dat de werknemer de fiets zelf koopt. Nu het gaat om een grote uitgave, zou de werknemer de aankoopsom bij de werkgever kunnen lenen. De rente is laag. Dat valt qua kosten voor de werknemer wel mee. Echter, de lening kan ook renteloos worden verstrekt. In principe is dit voordeel loon voor de werknemer, maar wanneer de werkgever een renteloze lening verstrekt voor de aankoop van een (elektrische) fiets, wordt dit voordeel volgens de wet op de loonbelasting op nul gesteld.

De lening moet wel weer worden terugbetaald, en dat kan als volgt. Stel, de werknemer woont 20 km van zijn werk. Bij 214 dagen peddelt hij jaarlijks 8.560 kilometers bij elkaar. Deze kilometers kunnen tegen € 0,19 per onbelast worden vergoed, oftewel een jaarlijkse vergoeding van € 1.626. Uit deze vergoeding kan de lening worden afgelost.

Wordt de lening in drie jaar afgelost, dan bedraagt de jaarlijkse aflossing € 1.166. De werknemer houdt dan nog € 460 per jaar, ofwel ruim € 38 per maand over voor verzekering, onderhoud en fietskleding.

Van der Veen en Kromhout

Voor ondernemers die eruit halen wat erin zit.