Is er wel of geen dienstbetrekking?

Geplaatst op 25 oktober 2018

Voor de rechter lag de vraag of er wel of niet sprake was van een dienstbetrekking van een zorgverleenster. De inspecteur vond van wel, de zorgverleenster van niet. Het gerechtshof Amsterdam gaf eerder de zorgverleenster gelijk.
Bij een dienstbetrekking moet de werkgever loonheffing inhouden op het loon. Is er geen sprake van uitbetaling van loon, dan is er dus per definitie ook geen dienstbetrekking. Tot deze conclusie komt het gerechtshof.

Dienstbetrekking of niet?

Het belang van het antwoord op de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking of niet, heeft allerlei gevolgen. Denkt u onder meer aan het wel of niet verkrijgen van kostenaftrek. Bij een dienstbetrekking is er geen aftrek van kosten, maar deze aftrek is er wel als het inkomen als resultaat uit werkzaamheid of winst uit onderneming kan worden aangemerkt. In het laatste geval bestaat in beginsel ook recht op ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek. Voor deze faciliteit geldt wel als aanvullende eis dat minstens 1.225 uur per jaar in het bedrijf wordt gewerkt.

Zorgverleenster in dienstbetrekking?

Onlangs kwam dus de zaak van de zorgverleenster voor de rechter te Amsterdam, waarbij zij haar inkomsten als winst uit onderneming dan wel resultaat uit overige werkzaamheden wenste aan te merken. De inspecteur was echter van mening dat er sprake was van een dienstbetrekking.

Wanneer dienstbetrekking?

Bij een dienstbetrekking is volgens het gerechtshof essentieel dat er een verplichting bestaat om persoonlijk arbeid te verrichten, dat er bovendien een verplichting is tot het betalen van loon en dat er een gezagsverhouding bestaat.

Geen verplichting tot betaling van loon

Op grond van deze eisen was de conclusie dat er geen dienstbetrekking bestond, alleen al vanwege het feit dat de zorgverleenster rechtstreeks door haar klanten werd betaald. Weliswaar verzorgde een bemiddelingsbureau de facturatie, maar dit leidde niet tot een andere conclusie.

Geen voordeel

De uitspraak stelde de zorgverleenster in het gelijk, maar bracht haar geen voordeel. De inkomsten werden namelijk als resultaat uit overige werkzaamheden aangemerkt, dus bestond er geen recht op ondernemersfaciliteiten. De gemaakte kosten werden door haar niet aannemelijk gemaakt, zodat de uitspraak haar ook in dat opzicht niet baatte.

Van der Veen en Kromhout

Voor ondernemers die eruit halen wat erin zit.