Btw op oninbare vorderingen. Wees op tijd met uw terugvraag!

Geplaatst op 25 februari 2019

Sinds 2017 is het eenvoudiger om de btw op oninbare vorderingen terug te vragen. Maar wanneer kunt u nu precies deze btw terugvragen als het duidelijk is dat uw klant de factuur niet zal betalen?

De btw is in ieder geval terug te vragen één jaar nadat de factuur opeisbaar is geworden als de factuur op dat moment nog niet is betaald. Een apart schriftelijk verzoek om teruggaaf is niet meer nodig. Het oninbare btw-bedrag mag gewoon in de reguliere btw-aangifte worden meegenomen.

Terugvragen in de btw-aangifte

Heeft u vorderingen met een uiterste betaaldatum vóór 1 januari 2018, en heeft uw klant deze nog steeds niet betaald, dan worden de vorderingen op 1 januari 2019 aangemerkt als oninbaar. De btw over deze oninbare vorderingen moet u terugvragen in uw eerste btw-aangifte van 2019.

Ligt de uiterste betaaldatum van een oninbare vordering ná 1 januari 2018, dan kunt u de btw over deze vordering terugvragen in de btw-aangifte over het tijdvak waarin duidelijk is dat uw klant niet meer zal betalen. U kunt de btw in ieder geval terugvragen uiterlijk één jaar na de uiterste betaaldatum van de factuur.

 

Let op!
Als uw klant een oninbare vordering lager alsnog (deels) voldoet, dan moet u de teruggevraagde btw weer terugbetalen aan de Belastingdienst.

Van der Veen en Kromhout

Voor ondernemers die eruit halen wat erin zit.