BOX III - Maar voor hoe lang nog??

Geplaatst op 22 februari 2016

Box III, de vermogensrendementsheffing was in 2001 dé vervanging van de vermogensbelasting en de inkomsten uit vermogen. Een robuust systeem, klaar voor de 21e eeuw. Inmiddels zijn we 15 jaar verder, en wordt er geknaagd aan de stoelpoten van de heffing. Op dit moment ligt een zaak ter beoordeling bij de Hoge Raad. De adviseur van de Hoge Raad, de Advocaat-generaal (AG), is inmiddels tot de conclusie gekomen dat de rechter de belastingaanslag moet verminderen als door de heffing het vermogen lager wordt.

Hoe zat het ook alweer?
Eind jaren negentig, de jaren waarin de basis werd gelegd voor de box III-heffing, was er in economisch opzicht sprake van een grenzeloos optimisme. Dit optimisme heeft een grote rol gespeeld bij de introductie van de heffing. Sterke koersstijgingen op onder andere de beurs lag ten grondslag aan het idee dat het aannemelijk is dat vermogen in de toekomst een daadwerkelijke inkomensstroom van zeker 4% oplevert. Dat die 4% werkelijk een lachertje was en vermogen amper meer werd belast, bleek al snel uit de bijnaam de Pretbox. Ter illustratie een vergelijking (vrijstellingen niet meegeteld).

Over € 100.000 werd destijds € 800 vermogensbelasting geheven. Leverde dit vermogen 4% rente op, € 4.000, dan volgde een heffing van 60%, € 2.400. Totale heffing € 3.200, zodat van de vermogensinkomsten slechts € 800 werd overgehouden.
In de Pretbox wordt geheven 1,2% over € 100.000, € 1.200. Netto € 2.800 in het handje. Een voordeel van € 2.000! De heffing werd gezien als een douceurtje voor de vermogenden.

Van Pretbox naar Pijnbox
Hoe anders is de situatie nu. De eerste scheurtjes in het ongebreidelde geloof van economische en sociale vooruitgang dienden zich al aan in 2000 met de internetbubbel. De aanslagen in New York in 2001 toonden aan dat het westerse systeem minder onaantastbaar was dan werd gedacht en vanaf 2008 bracht de handel in ondoorzichtige derivaten de financiële wereld aan de afgrond. In Europa bleek Griekenland jarenlang onder de Europese normen uit te komen, het economisch wonder in het verre Oosten, China, bleek ook niet te kunnen toveren en als klap op de vuurpijl werd Volkswagen een groter risico voor de Duitse economie dan de Duitse crisis zelf.

Het gevolg van dit alles laat zich raden. De toekomstbestendige norm van 4% blijkt wat minder toekomstbestendig dan gedacht. De lage rendementen zetten aan tot een vlucht vanuit de Pijnbox naar box II, de BV. Ter illustratie een vergelijking.
In de Pijnbox wordt over een vermogen van € 100.000 1,2% aan belasting geheven, € 1.200.
Bij een spaarrente van 1%, € 1.000, daalt het vermogen jaarlijks met € 200.
In de BV wordt over € 100.000 en een rente van 1% 20% vennootschapsbelasting, € 200, geheven. Bij uitkering van het netto rendement door de BV, dividend, wordt nog eens 25%, € 200, betaald. Totale heffing € 400. Voordeel van de BV, box II, ten opzichte van box III € 600.
De wetgever dwingt tot een BV.

De Advocaat-generaal
Dat box III kan leiden tot een daling van het vermogen daarvan zegt de AG nu dat de heffing confiscatoir uitwerkt (inbeslagname). De heffing leidt tot een buitensporige belastingdruk, meer dan 100%. Dit is dermate disproportioneel dat de box III-heffing een inbreuk is op het eigendomsrecht en daarmee in strijd komt met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. In dergelijke individuele gevallen zal de rechter volgens de AG rechtsherstel moeten bieden en de aanslag moeten verminderen.

Reactie Ministerie van Financiën
Opzienbarend snel was de reactie van het Ministerie van Financiën op het advies van de AG . Niet zo verwonderlijk, want de recente aanpassing van de heffing in box III is onlangs door de Eerste Kamer aangenomen en wordt vanaf 2017 wet. Economische malaise of niet, vermogens boven de € 1.000.000 leveren volgens het Ministerie niet een rendement op van 4%, maar van maar liefst 5,5%!
Des te meer reden om uw vermogenspositie tegen het licht te (laten) houden.

Wachten en niets doen?
De AG heeft gesproken en is duidelijk in zijn mening dat individuele gevallen kunnen leiden tot buitensporige heffing. Deze aanslagen moeten volgens hem worden verminderd. Deze uitspraak is een advies en heeft derhalve geen rechtskracht. Het wachten is nu op de Hoge Raad.

Wat moet u nu doen?
Laat uw box III-positie beoordelen. Wordt uw vermogen ook disproportioneel getroffen door de box III-heffing, dan kunt u bezwaar en beroep tegen deze aanslag aantekenen zolang de wettelijke termijnen nog niet zijn verstreken. Bovendien, met de aangifte 2015 komen de nieuwe aanslagen weer in zicht. Het verleden valt met nieuwe jurisprudentie niet te repareren, de toekomst wellicht wel. Daarnaast is het verstandig om met de wijzigingen 2017 in zicht uw box III-positie te laten beoordelen.

Van der Veen & Kromhout

Daar kun je op sturen