Belangrijke aandachtspunten voor 2012
Geplaatst op 20 februari 2012
Op 6 januari 2012 is er een nieuw arrest verschenen van de Hoge Raad omtrent het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting (hierna: OZB) voor niet-woningen.
Door deze uitspraak van de Hoge Raad kan bij leegstand van panden en braakliggende grond de woz-aanslag lager uitvallen. Er is dan namelijk geen sprake van gebruik waardoor een deel van de woz-aanslag (de gebruikersheffing) niet meer verschuldigd is. Dit recente arrest van de Hoge Raad benadrukt nogmaals dat er geen schep in de grond mag komen, omdat anders de eigenaar de onroerende zaak wel gebruikt.
De nadruk ligt op het niet gebruiken van de onroerende zaken. Voorbeelden waarbij onroerende zaken niet gebruikt worden:
-
Het aanhouden van onroerende zaken voor handels- en beleggingsdoeleinden. Deze onroerende zaken worden dan niet gebruikt.
-
Het aanhouden van onroerende zaken in afwachting van bijvoorbeeld een voorgenomen bouw of een benodigde vergunning.
-
Leegstaande panden (niet zijnde woningen) waarvoor men geen huurder kan vinden.
-
Eerder bouwrijp gemaakte grond waarvoor geen koper gevonden kan worden.
Conclusie
Voor 2012 is het in onder andere in bovenstaande gevallen verstandig om in bezwaar te gaan tegen het gebruikersdeel van de OZB. Voor de in het verleden betaalde OZB is de bezwaartermijn echter al verlopen.
Denkt u dat uw situatie valt onder het bovengenoemde ‘niet gebruiken’, dan kunt u contact opnemen met ons om het één en ander door te lichten.
Auto (van de zaak)
Schaf vóór 1 juli 2012 zuinige leaseauto aan
Per 1 juli 2012 wordt de bijtelling voor zuinige auto’s gewijzigd. De aan de bijtelling gekoppelde CO2-waarden worden verder aangescherpt. Kort samengevat zijn er twee mogelijke situaties:
1. U schaft vóór 1 juli 2012 een zuinige auto aan.
In dit geval blijft u profiteren van de lage bijtelling van 14% of 20% indien de auto vóór 1 juli voor het eerst op naam is gesteld en onafgebroken vóór en vanaf 1 juli 2012 ter beschikking staat. Zolang de auto maar niet van eigenaar verandert dan wel aan dezelfde persoon ter beschikking blijft staan, blijft de lage bijtelling van toepassing.
2. U schaft na 1 juli 2012 een zuinige auto aan.
In deze situatie kunt u gedurende 60 maanden profiteren van de lage bijtelling. Na de periode van 60 maanden geldt voor u het bijtellingspercentage volgens de criteria die op dat moment zullen gelden.
Let op
Bent u van plan een zuinige auto van de zaak aan te schaffen? Wij adviseren u dit te doen vóór 1 juli 2012. Het krijgen van een auto op kenteken kan enige tijd duren. Zorg er dus voor dat u uw auto vóór 1 juli 2012 op kenteken krijgt. De regeling is overigens complex van aard en bevat diverse bijzondere bepalingen die in uw specifieke geval wel of niet van toepassing kunnen zijn!
Pas btw-correctie toe op auto van de zaak
Vanaf 1 juli moet u over het werkelijke privégebruik 19% btw gaan betalen. Ook het woon-werkverkeer valt onder de privé gereden kilometers. U kunt het werkelijke privégebruik berekenen door een kilometeradministratie bij te houden, maar u mag dit ook forfaitair berekenen. Voor de btw-heffing over het privégebruik gaat u dan uit van 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en BPM) van de auto. De btw-correctie is hiermee niet meer gekoppeld aan de bijtelling in de LB/IB.
Research en Development Aftrek (RDA)
De RDA moet het voor ondernemers nog aantrekkelijker maken speur- en ontwikkelingswerk (S&O) uit te voeren. Voor de S&O-werkzaamheden die ondernemers verrichten in hun eigen onderneming krijgen zij reeds de aftrek speur- en ontwikkelingswerk. De loonkosten van eventuele werknemers die S&O verrichten worden gefaciliteerd via de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk. De RDA is gericht op de S&O-uitgaven van ondernemers die niet zien op arbeid, bijvoorbeeld investeringen in apparatuur en materialen. De RDA wordt als extra aftrekpost in aanmerking genomen bij de fiscale winstbepaling. De aftrek bedraagt in 2012 40% van de door Agentschap NL vastgestelde kosten en uitgaven die direct toerekenbaar zijn aan S&O dat is erkend in een S&O-verklaring.
Tijdelijke crisismaatregel ‘Extra tijdelijke contracten voor jongeren’ per 1-1-2012 niet verlengd
Minister Kamp heeft besloten om de tijdelijke crisismaatregel ‘Extra tijdelijke contracten voor jongeren’ niet te verlengen. Deze maatregel loopt tot 1 januari 2012 en kon worden verlengd tot uiterlijk 1 januari 2014.
Uit de evaluatie door bureau Astri blijkt enerzijds dat de maatregel voor een aantal jongeren het beoogde effect heeft gehad. 10.000 jongeren die anders geen vierde contract hadden gekregen bij dezelfde werkgever, zijn dankzij de maatregel aan het werk gebleven. Anderzijds zou aan 9.000 jongeren zonder de maatregel waarschijnlijk een vast contract zijn aangeboden.
De maatregel maakte het mogelijk om met jongeren tot 27 jaar gedurende vier jaar (in plaats van drie) of vier (in plaats van drie) opeenvolgende tijdelijke contracten aan te gaan voordat een vast contract ontstaat. De maatregel was bedoeld om jongeren gedurende de economische crisis langer aan het werk te houden, zodat zij uitzicht hielden op een vast contract als de economische situatie herstelt.
Regels vakantie en verlof werknemers zijn gewijzigd per 1-1-2012
De regeling voor vakantie en verlof van werknemers zijn aangepast:
-
Werknemers die langdurig ziek zijn hebben recht op hetzelfde aantal vakantiedagen als werknemers die niet ziek zijn. Voorheen bouwden langdurig zieke werknemers minder vakantiedagen op.
-
Werknemers moeten hun wettelijke vakantiedagen binnen anderhalf jaar opnemen. Dit betekent dat de in 2012 opgebouwde wettelijke vakantiedagen uiterlijk voor 1 juli 2013 opgenomen moeten worden. Voorheen mochten vakantiedagen 5 jaar worden opgespaard. Bovenwettelijke vakantiedagen vallen buiten de nieuwe regeling. De termijn geldt niet voor werknemers die redelijkerwijs niet in staat zijn geweest vakantie op te nemen. U kunt met uw werknemer(s) in onderling overleg besluiten de termijn te verlengen.
TIP voor verwerking in uw Salarisadministratie!
Wij kunnen u werk uit handen nemen door de vernieuwde verlofregistratie op de salarisstrook te zetten. Voor u interessant? Informeer bij onze salarisadministrateurs naar de mogelijkheden!!
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en toelichting van salarisadministratie V&K
Spaarloon en levensloopregeling
Per 1 januari 2012 vervallen de spaarloonregeling en de levensloopregeling. Voor beide regelingen geldt overgangsrecht. Per 1 januari 2013 wordt een nieuwe spaarfaciliteit ingevoerd, het vitaliteitssparen.
Overgangsrecht spaarloonregeling per 1 januari 2012
Vanaf 1 januari 2012 kan het hele tegoed van de spaarloonregeling belastingvrij worden opgenomen. Maar men kan er ook voor kiezen het tegoed op de spaarloonrekening te laten staan om gebruik te kunnen blijven maken van de vrijstelling in box 3. Elk jaar blijft dan een deel van het spaartegoed vrijvallen. Op dat deel is dan niet langer de vrijstelling van box 3 van toepassing. Voor het deel van het spaarloon dat op de spaarloonrekening blijft staan, met uitzondering van het vrijgevallen tegoed, blijft de vrijstelling van box 3 gelden tot 1 januari 2016.
Overgangsrecht levensloopregeling per 1 januari 2012
Per 1 januari 2012 is de levensloopregeling niet meer beschikbaar voor nieuwe deelnemers. De levensloopregeling wordt vanaf 2012 nog opengehouden voor deelnemers die op 31 december 2011 een saldo op hun levensloopregeling hebben staan. Deelnemers met een saldo minder dan € 3.000 kunnen in 2012 en 2013 niet meer bijstorten, overige deelnemers kunnen dat wel. Bij de inleg wordt geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd.
Vanaf het jaar 2014 kunnen alleen nog deelnemers die op 31 december 2011 € 3.000 of meer hebben opgebouwd, gebruikmaken van de levensloopregeling totdat zij de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt of met pensioen zijn gegaan.
Alle deelnemers aan de levensloopregeling kunnen in het jaar 2013 hun levenslooptegoed zonder belastingheffing omzetten in vitaliteitssparen. Van de deelnemers die op 31 december 2011 minder dan € 3.000 hebben opgebouwd en in het jaar 2013 het tegoed niet omzetten in vitaliteitssparen, wordt het levenslooptegoed op 31 december 2013 belast als loon.
Vanaf het jaar 2014 kan er alleen nog circa € 20.000 uit levensloop zonder belastingheffing worden omgezet in vitaliteitssparen. Over het meerdere dient dan belasting te worden betaald.
Vanaf 1 januari 2013: vitaliteitssparen
Per 1 januari 2013 wordt een nieuwe spaarfaciliteit ingevoerd, het vitaliteitssparen. Vitaliteitssparen stelt deelnemers in staat fiscaal voordelig te sparen en is toegankelijk voor werknemers, ondernemers (waaronder zzp-ers) en resultaatgenieters. De regeling kent geen opnamedoelen. De stortingen in vitaliteitssparen zijn fiscaal aftrekbaar in box 1 en er wordt pas belasting geheven bij opname van het tegoed. Jaarlijks kan er maximaal € 5.000 fiscaal aftrekbaar gestort worden. Het opgebouwde, nog niet opgenomen, tegoed in vitaliteitssparen is niet belast in box 3. Het maximale fiscaal gefaciliteerd op te bouwen vermogen bedraagt in totaal € 20.000.
Bron: Ministerie van Financiën
« Naar overzicht